| 16 February 2010
In dit bericht leest u over de voordelen van de sterke gulden die Nederland door de eeuwen heen heeft gekend. En waarom de fundamentele problemen van de euro ook na het beraad met Griekenland geenszins opgelost zijn.
---
Beste lezer,
Het haast structurele valutanadeel maakte dat Nederlandse bedrijven zich meer dan anderen moesten toeleggen op producten en diensten van bijzonder hoge kwaliteit. Mede hierdoor wordt verklaard dat Nederland relatief gezien zoveel multinationals kent. Denkt u aan bedrijven als Koninklijke Ahold, Aegon, ING, Heineken, Koninklijke Olie en Unilever. De sterke munt maakte overnames buiten Nederland overigens ook vrij gemakkelijk betaalbaar. En de lage rente leningen relatief eenvoudig te financieren.
"Blumen aus Holland"
Misschien heeft u zich wel eens afgevraagd hoe het kan dat juist Nederland tot ‘s werelds grootste exporteur van snijbloemen heeft kunnen uitgroeien. Vergeleken met wat meer zuidelijk gelegen landen kenden en kennen we immers de nodige competitieve nadelen. Denk aan:
1) Een ongunstiger klimaat
2) Hogere grondprijzen
3) Hogere lonen
4) Een relatief sterke munt
Al deze competitieve nadelen maakten dat Nederlandse bloemenkwekers niet anders konden dan de productie in een zo hoog mogelijke mate te automatiseren en te streven naar producten van een uitzonderlijk hoge kwaliteit. Juist deze hoge kwaliteit blijkt in het buitenland zeer gewaardeerd: ondanks alle genoemde nadelen heeft Nederland hierdoor de wereldmarkt voor snijbloemen in handen weten te krijgen. Een prestatie van formaat.
Andere landen probeerden juist een competitief voordeel te verkrijgen door hun munt regelmatig te devalueren. Hoogstens met tijdelijk succes. Met de invoering van de euro is deze truc voor de individuele Eurolanden overigens definitief niet meer mogelijk.
Griekenland
Griekenland, in de Euro gekomen door het voorleggen van foutieve cijfers, is sinds kort volop in het nieuws. Het land blijkt de grootste moeite te hebben om nieuwe leningen te krijgen. Leningen die het land moet verkrijgen om haar forse begrotingstekort mee aan te vullen. Dat tekort zou 13% bedragen, waar dit volgens het Stabiliteitspact maximaal 3% zou mogen zijn. En gezien de reputatie van Griekenland sluiten we niet uit dat zelfs deze 13% nog een aantal procenten te gunstig voorgesteld is.
Stelt u zich voor dat een bedrijf een operationeel verlies draait. Vergelijkbaar met een land dat een begrotingstekort heeft. Met een goed verhaal kan vaak nog wel geld geleend worden. Blijven operationele verliezen bestaan dan zullen voor nieuwe leningen hogere rentepercentages gaan gelden. Blijft de situatie onveranderd, dan zullen op een gegeven moment nieuwe leningen worden geweigerd. Het bedrijf kan dan niet meer aan haar betalingsverplichtingen voldoen en gaat failliet. Voor landen geldt hetzelfde; voor hen wacht dan veelal een pijnlijke en langdurige economische depressie.
Kleine economie
Net als voor bedrijven met operationele verliezen geldt dat Griekenland haar inkomsten moet opschroeven en haar uitgaven moet inperken. Schroeft zij de belasting echter te snel op dan zal dit de economie nog verder in het slop duwen. Te langzaam en de Griekse inkomsten zijn onvoldoende om de tekorten op tijd terug te dringen...
Desalniettemin is het plan de belastingen te verhogen. Maar eveneens om de pensioenleeftijd te verhogen, de salarissen van ambtenaren te bevriezen en de bureaucratie aan te pakken. Of Griekenland deze draconische maatregelen daadwerkelijk in de toegezegde mate doorvoert moet nog maar worden afgewacht.
Met dergelijke maatregelen - en met een garantiestelling van bijvoorbeeld Duitsland en / of Frankrijk - lijkt de acute paniek gesust te kunnen worden. Griekenland stelt qua economie vergeleken met bovengenoemde reuzen immers maar weinig voor. Helaas is Griekenland echter lang niet het enige euroland dat met structurele problemen kampt.
Somber
Eerder schreven we een uitgebreid bericht over de Europese pensioenproblematiek. Wanneer de babyboomgeneratie met pensioen gaat betekent dit niet enkel een daling van belastinginkomsten maar tevens een forse toename van pensioenbetalingen. Heel wat landen hebben echter amper gelden gereserveerd voor hun toekomstige pensioenverplichtingen.
Voor de nakende problemen kijkt men liever weg. Deze situatie zal op termijn vrijwel onhoudbaar blijken. Of alle huidige eurolanden in zeg 2020 nog deel uitmaakt van de euro? We vragen het ons ten zeerste af...
Met vriendelijke groet,
Hendrik Oude Nijhuis
http://www.warrenbuffett.nl


